Schaak notatie
De zetten van een schaakpartij kunnen op verschillende manieren worden opgeschreven. De algebraïsche notatie wordt tegenwoordig het meest gebruikt, in oude schaakboeken werd de beschrijvende notatie gebruikt. We zullen ze je beide leren. Algebraïsche NotatieOp het schaakbord zijn de rijen genummerd van 1 tot 8 en de kolommen zijn genummerd van a tot h. We gebruiken deze nummers en letters om te beschrijven waar schaakstukken zijn op het schaakbord. In het diagram hieronder zie je dat het blauwe kruis in f3 staat en de blauwe cirkel staat in c7. Let op de letter komt altijd eerst en daarna pas het nummer.
Er zijn enkele symbolen die je moet weten als je een schaaknotatie maakt of leest.
we gebruiken hierboven de Engelse notatie, dus niet de Nederlandse! Als je in toernooien schaakt moet je kunnen noteren, dus het is handig
als je gaat spelen dat je ook goed kan noteren. Als je je eigen partijen
noteert kan je er later achterkomen wat jij of je tegenstander fout heeft
gedaan in de partij.
De 1e kolom is voor de witte zetten en de 2e kolom is voor de zwarte
zetten. Eerst schrijf je het symbool van het stuk op, vervolgens het veld
waar het stuk stond, dan een streepje (-) en dan het veld waar het stuk
naar toe gaat. Bij een pion hoef je geen symbool te zetten. Hieronder zie je die zetten op het schaakbord en de notatie daarbij:
|
| In het diagram rechts zie je dat beide Torens van wit naar het veld d1 kunnen, dan moet je wel de kolom noteren waar de Toren vandaan kwam. |
|
| Het diagram geeft aan dat de Toren van wit van f1 naar d1 is gezet. Dit wordt geschreven als Rfd1 | ![]() |
Soms is het mogelijk dat 2 stukken die in dezelfde kolom staan naar het zelfde veld kunnen.
| In het rechterdiagram zie je dat de beide witte Torens naar het veld d5 toe kunne. Om aan te geven welke Toren en naar toe is gezet geven we de rij aan waar de toren vandaan kwam. |
|
| Het diagram rechts laat zien dat de Toren van d7 naar d5 is gezet. We schrijven dit op als: R7d5. | ![]() |
Dit is hoe de wedstrijd bijna bovenaan zou worden opgeschreven met de korte notatie
| 1. f4 e5 | De witte Pion gaat naar f4 en de zwarte pion gaat naar e5. |
| 2. fxe5 d6 | De witte Pion op de f lijn de pion op e5 slaat. De zwarte Pion gaat naar d6. |
| 3. exd6 Bxd6 | De witte Pion op de E lijn neemt de Pion op d6. De zwarte Loper slaat de pion op d6. |
| 4. g3 Qg5 | De witte Pion gaat naar g3 en de zwarte Dame gaat naar g5. |
| 5. Nf3 Qxg3+ | De witte Koning gaat naar f3 en de zwarte Dame slaat de pion op g3 en zet daarmee de witte Koning schaak. |
| 6. hxg3 Bxg3# | De witte Pion op de h lijn slaat de Dame op g3. De zwarte Loper slaat vervolgens de pion op g3 en zet daarmee de witte Koning schaakmat. |