De hulpregels bij de opening

 

De opening van de schaakpartij is de beginfase van de partij. In de opening probeer je het centrum van het bord te controleren en je zet je stukken op beter plaatsen naar dan waar ze stonden. Hieronder zijn enkele hulpregels die je kan gebruiken bij je schaakopening:


Les 1: Het centrum

Centrum: Dit zijn de velden e4,d4,e5 en d5 Centrale velden: Dit zijn de velden c3,d3,e3,f3,c4,f4,c5,f5,c6,d6,e6 en f6

We bewegen onze stukken graag naar het centrum toe, want daar staan ze het actiefst. Ze kunnen daar het beste bewegen.

Les 2: De Gouden Regels

We kennen 3 Gouden Regels in de opening, dit zijn:

1. Pion in het centrum
2. Stukken ontwikkelen
3. Koning in Veiligheid

chessboard

Hier heeft wit geen Pion in het centrum gezet d4 of e4 (zie regel 1). Maar de Pion op c4 valt het centrum aan, de Pion kijkt namelijk naar d5, deze Pion zet is dus ook goed.


We doen dus niet:

De dame te vroeg zetten
De koning in het midden laten staan
Een paar keer met hetzelfde stuk zetten
Onnodige pionzetten doen, zoals a2-a3,a7-a6,h2-h3 en h7-h6, dit wordt hieronder toegelicht.

chessboard

Door deze Pion zet valt wit niet het centrum aan. Deze zet is absoluut niet goed dus!


Les 3: De opening afmaken

Nadat we de Gouden Regels hebben gevolgd, maken we de opening als volgt af:

We zoeken een goed plaatsje voor onze dame.
We verbinden onze torens met elkaar.

Les 4: Voordeel in de opening

Als we meer stukken dan onze tegenstander hebben ontwikkelt, dan noemen we dat ontwikkelingsvoorsprong. Je hebt meer stukken in het centrum staan en kunnen dus makkelijker bewegen. We hebben dan voordeel in de opening en kunnen dan gaan aanvallen.

De algemene regel is: Voorsprong in ontwikkeling, dan stelling openen!!