1.e4 e5 2.d4 exd4 3.c3
Jarenlang was dit een volslagen incourante opening, die in ieder
theorieboek werd afgedaan met één of twee bladzijden. Zwart kan met
tempowinst 3...Nc6 spelen en bereikt moeiteloos gelijk spel of
zelfs meer, zo luidde het oordeel. Hier kwam verandering in toen de jonge
Russische grootmeester Alexander Morozevich met allerlei nieuwe ideeën
kwam voor wit in de stelling na 1.e4 e5 2.d4 exd4 3.Qxd4 Nc6 4.Qe3.