Franse verdediging

1.e4 e6

french.gif (4788 bytes)

Deze opening kwam voor het eerst voor in 1834 in de stedenwedstrijd Londen-Parijs, een partij die per telegraaf werd gespeeld. Het grondidee is dat na 1.e4 e6 het zwakke punt f7 voorlopig goed is afgeschermd en daarnaast creeert zwart na 2.d4 d5 een sterk steunpunt in het centrum.
Nog steeds is deze moeilijke opening bijzonder populair, zowel op clubniveau als in de grootmeesterpraktijk. In zekere zin merkwaardig, want in veel varianten zit zwart met de slechte dameloper opgescheept en kampt hij met ruimtegebrek. Dat is echter allemaal nogal betrekkelijk. Maar al te vaak kan zwart die slechte loper ruilen of kan hij het witte centrum aantasten.
Het Frans is vooral geschikt voor spelers die houden van ondoorzichtige manoeuvreer partijen. Ervaring met koorddansen strekt tot aanbeveling, want in veel varianten moet zwart bereid zijn grote risico's te nemen. Een belangrijk pluspunt voor zwart is dat veel eindspelen gunstig voor hem staan.

2.d4 d5

Wit heeft nu drie keuzes

3. exd5 exd5 (Ruil Variant)

3. Nc3

3... dxe4 (Rubinstein Variant)

3... Bb4 (Winawer Variant)

3... Nf6 (Steinitz Variant

3. Nd2 (Tarrasch Variant)

3. e5 (Advance Variant)