Franse
verdediging
1.e4 e6

Deze opening kwam voor het eerst voor in 1834 in de
stedenwedstrijd Londen-Parijs, een partij die per telegraaf werd gespeeld.
Het grondidee is dat na 1.e4 e6 het zwakke punt f7 voorlopig goed is
afgeschermd en daarnaast creeert zwart na 2.d4 d5 een sterk steunpunt in
het centrum.
Nog steeds is deze moeilijke opening bijzonder populair, zowel op
clubniveau als in de grootmeesterpraktijk. In zekere zin merkwaardig, want
in veel varianten zit zwart met de slechte dameloper opgescheept en kampt
hij met ruimtegebrek. Dat is echter allemaal nogal betrekkelijk. Maar al
te vaak kan zwart die slechte loper ruilen of kan hij het witte centrum
aantasten.
Het Frans is vooral geschikt voor spelers die houden van ondoorzichtige
manoeuvreer partijen. Ervaring met koorddansen strekt tot aanbeveling,
want in veel varianten moet zwart bereid zijn grote risico's te nemen. Een
belangrijk pluspunt voor zwart is dat veel eindspelen gunstig voor hem
staan.
2.d4 d5
W it
heeft nu drie keuzes
|
3. exd5 exd5 (Ruil Variant)
|
|
3. Nc3
|
3... dxe4 (Rubinstein Variant)
|
|
3... Bb4 (Winawer Variant)
|
|
3... Nf6 (Steinitz Variant
|
|
|
3. Nd2 (Tarrasch Variant)
|
|
3. e5 (Advance Variant)
|
|