Wanneer je de voordeur open deed, klonk er een belletje. Zo een die je bij kleinere winkels ook vaak hoort bij binnenkomst. Het straalt iets van gezelligheid uit. De deur met het elektrische belletje liet ons binnen in de Beverwijkse Harmoniekapel, het strijdtoneel voor vandaag. Zou Spijkenisse 1 na haar lange rokade hier het tij kunnen keren?
Zelf speelde ik [Thijs] op bord 8. Onderweg in de auto werd dat bord als 'garantiepuntje' bestempeld, iets waar ik het zelf niet mee eens was, maar ook niet oneens genoeg om het tegen te spreken. Hoogmoed komt voor den val, dacht ik. Maar niet vandaag: met een unieke opzet verloor de tegenstander het rokadeprivilege, hij werkte—al dan niet bewust—mee aan het openen van het centrum en gaf daarna vlot op. Dit was ook het moment waarop ik aangeduid werd als verslaggever. [De teamleider is zich van geen kwaad bewust..., red.]
Direct na mijn partij was er in de harmoniekapel weinig te beleven. De bar telde tien krukken en werd bediend door een vrouw met een donkerrode bodywarmer, die de lengte van een jurk had. (De bodywarmer, niet de vrouw.) De koffie was prima en ze verkochten geen broodjes. Dit laatste tot ongenoegen van onze bord 1-speler die steevast afhankelijk is van de op speellocaties beschikbare broodjes.
Afijn, ik ging om eten bij de lokale supermarkt. (Mooi centrum, veel winkels, wel jammer van de kou, maar daar kan gemeente Beverwijk niets aan doen.) Met een lading krentenbollen en de Telegraaf (ze deelden die gratis uit en hadden geen ander merk) keerde ik terug. Het belletje heette me opnieuw welkom. En ik bracht de ‘rozijnenbollen’, zoals dat foutief op de verpakking staat, naar bord 1. Maurits' stelling zag er prima uit, er gebeurde weinig, en ik gokte op remise. Spoiler: mijn voorspelling kwam uit.
Jona speelde op bord 5 Hij had al zijn stukken ontwikkeld en dacht diep na. Er moest een plan gevonden worden — ik had zelf ook geen idee, gelukkig was het zijn partij. Veel zetten later kreeg hij de volgende stelling op het bord:
Hij had zoals je kan zien het juiste plan gevonden. Hij won, hoera.
De altijd degelijke Daniël kreeg een typische Daniëlstelling op het bord (bord 2). Er gebeurde veel. Na lang denken ruilde hij zijn toren voor twee paarden, een goede zet. In theorie is zoiets gewonnen, in praktijk vaak ook, maar de uitzondering bevestigt de regel. Zijn tegenstander had veel activiteit, waardoor onze teamcaptain niet verder kwam dan remise.
Geen stelling waarin je als zwartspeler graag gebeld wordt, zou ik zeggen. Maxim speelde verder goed en trok met fraaie manoeuvres de winst definitief over de streep.
In mijn gratis gazet – die ik las om de tijd te doden – was een artikel te lezen over patsboem-genezingen. Zoiets was ook bij Semen (op bord 4) nodig, hij blunderde een stuk en enkel een wonder kon hem nog redden. Je raadt het waarschijnlijk al. Een wonder bleef uit en Semen feliciteerde zijn zachte-honingdrop etende tegenstander met de partij.
De naar eigen zeggen ambitieus spelende – de matchpunten waren al binnen – Joey belandde aan de zwarte kant van volgende stelling.
Na 1. Lb3 speelde hij 1...Pg4. Het ijskoude 2. c5 biedt wit beslissend voordeel; e6 moet steeds verdedigd worden. Joey kon het op een gegeven moment niet meer bolwerken en gaf op.
Groot feest! De eerste matchpunten zijn een feit. 5-3 voor Spijkenisse 1! De aansluiting met de top 7 is gevonden. Hoera! Het belletje van de deur ging voor de laatste keer en na een tussenstop bij Dama Roze – Syrisch eten, prima – keerden we met onze matchpunten terug naar Spijkenisse. Daar treden we zaterdag 13 december thuis in het harnas tegen Philidor Leiden. Blijven we in de top 7? Of moeten we toch (opnieuw) genoegen nemen met de top 10?